“ Menselijke waarneming is per definitie beperkt ”

Tijdens de werkbijeenkomsten wordt gebruik gemaakt van 5 specifieke instrumenten waarbij het gebruik van videobeelden een belangrijke plaats inneemt:

1.     Ontdekkend Kijken    (verandert de kijk op de cliënt)

Een methodische vorm van videoanalyse. Het haalt het eigene van de cliënt naar voren. Waarnemingen die in het dagelijkse leven onder de oppervlakte blijven komen nu naar boven.  Opvoeders en begeleiders worden zich op een indringende manier bewust van het unieke van de cliënt. Het maakt hen o.a. bewust van de persoonlijke motieven en emoties, de eigen manier van oriënteren, initiatieven nemen en oplossingen creëren. Het directe effect hiervan is een meer open, actieve en wederzijdse contact name en samenwerking.

 2.     Videotraining    (richt zich op eigen maken van begeleidingskwaliteiten van de begeleider )

Tijdens deze training op de werkvloer staat de relatie tussen de individuele begeleider en de cliënt centraal. Dit instrument ondersteunt de begeleider in het gericht en bewust oefenen met de voor hem belangrijke kwaliteiten in zijn omgang met de cliënt. De trainer doet dat door in de voorbereiding de begeleider te activeren zijn éigen onderwerp te kiezen en uit te werken. In de nabespreking stimuleert hij vervolgens de begeleider met behulp van de videobeelden zichzélf feedback te geven. Resultaat: de begeleiders worden bewust bekwaam in de omgang met de cliënt.

 3.     Functioneringsprofiel    (maakt over onder- en overschatting inzichtelijk)

Deelnemers maken een totaalbeeld van het functioneren van de cliënt. Vervolgens wordt dit getoetst aan de  – vaak onbewuste – verwachtingen die men heeft van de cliënt. Zo wordt duidelijk of er sprake is van mogelijke over – en onderschatting. Tevens wordt er aandacht beteed aan het onderscheid tussen ‘kunnen’ en ‘aankunnen ‘.Op deze manier ontstaat er een doorleefd begrip van de  structurele bronnen van stress voor de cliënt. De deelnemers raken steeds meer doordrongen welke ondersteuning de cliënt nodig heeft.

 4.     Relatie dynamiek    ( herstelt de dynamiek in vastgelopen relatiepatronen)

Betrokkenen worden zich bewust van het appèl dat de cliënt op hen doet. Bovendien worden zij zich bewust van hun eigen omgang en communicatie met de cliënt. Er wordt hierbij gebruik gemaakt van begrippen uit de Transactionele Analyse. Het bewustzijn van de vaste relatiepatronen die zich hebben gevormd, is het begin van het herstel van de dynamiek in de relatie met de cliënt.

 5.     Probleem oplossend samenwerken    (geeft richtlijnen om samen met de cliënt moeilijke situaties aan te gaan)

Het probleemgedrag van de cliënt wordt geanalyseerd op zijn betekenis voor de cliënt én de begeleider. Op basis van deze analyse ontwikkelt de begeleider samen met de cliënt manieren om onderliggende motieven en emoties vorm te geven. Bovendien wordt er gekeken naar de manieren die de cliënt zelf  heeft om zijn gedrag in de hand te houden. Resultaat: deelnemers krijgen een kader en richtlijnen om op een constructieve manier samen met de cliënt moeilijke situaties aan te gaan